Welke vogels maken gebruik van ‘onbeheerde’ stoppels, zowel in de winter als in het broedseizoen? En welke plantengroei ontwikkelt zich dan en zijn daar probleemonkruiden bij. Ook de vraag wat betekent dit voor de stikstofuitspoeling van de bodem? De vragen komen aan bod in een Belgische veldproef.
Conclusies
- Een vogelstoppel is een bruikbaar onderdeel van het landschap en kan voor soorten als veldleeuwerik, kwartel, kneu en gele kwikstaart een waardevolle versterking van het broedbiotoop betekenen. In de winter gebruiken kleine aantallen doelsoorten de vogelstoppels en dan met name veldleeuwerik en graspieper. Uit deze beperkte studie kunnen geen wijdere effecten worden afgeleid.
Samenvatting
Het is al langer bekend dat onbewerkte graanstoppels een positief effect hebben op wintervogels. Daarnaast is een graanstoppel ook een relatief eenvoudige maatregel, er zijn geen extra bewerkingen voor nodig. Maar omdat er nu vaak een groenbemester wordt ingezaaid is er minder ruimte voor vogels. Daarom is er gekeken of er een deel van de stoppel kan blijven liggen om zodat de vogels ruimte behouden. Een vogelstoppel is een strook van 0,5 ha van tenminste 12 meter breed.
In deze veldproef wordt gekeken welke vogels gebruikmaken van ‘onbeheerde’ stoppels, zowel in de winter als in het broedseizoen. Welke plantengroei ontwikkelt er zich en zijn daar probleemonkruiden bij. En wat betekent dit voor de stikstofuitspoeling van de bodem?
Landbouwkundige resultaten
Het bewerken van de stoppel lijkt remineralisatie, en daarmee een overschrijding van de drempelwaardes voor restnitraat in de hand te werken. Deze bewerking verhoogt ook het risico op toenemende onkruiddruk van soorten als duist die in het najaar hun kiempiek hebben. De onkruiddruk is doorgaans beperkt. Als er al problemen zijn met duist is het beter op die plekken geen vogelstoppel aan te leggen. Het is niet nodig op de graanstoppel na de oogst te bewerken, een werkgang minder voor de agrariër maakt het goedkoper.
Wintervogels
De doelsoorten veldleeuwerik, kneu en graspieper maakten regelmatig gebruik van de vogelstoppel. De grootste groepen van deze soorten zijn echter op andere en vooral grotere percelen met een geschikte stoppel te vinden (meer open, meer geschikte zaden, …). De patrijs werd maar één keer gezien, wat minder is dan de verwachting. Mogelijk was er te weinig dekking rondom.
Broedvogels
De vogelstoppels hebben goed gewerkt voor de verwachte soorten veldleeuwerik, gele kwikstaart en kwartel. De patrijs gebruikte de vogelstoppel niet in het broedseizoen, maar wel in de winter. Fazant, kievit en blauwborst toonden geen interesse.
Algemene conclusie en aanbeveling
Een vogelstoppel is een bruikbaar onderdeel van het landschap en kan voor soorten als veldleeuwerik, kwartel, kneu en gele kwikstaart een waardevolle versterking van het broedbiotoop betekenen. In de winter gebruiken kleine aantallen doelsoorten de vogelstoppels en dan met name veldleeuwerik en graspieper. Uit deze beperkte studie kunnen echter geen wijdere effecten afgeleid worden. Aanbeveling is verder ecologisch en landbouwkundig onderzoek van deze beheermaatregel op grotere schaal en in verschillende regio’s.
Aanvullende informatie
- Bos J., (2013), Graanstoppels en akkervogels, LIMOSA 86 (2013): 123-131
Impactscore
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten
direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik
van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een
korte toelichting.
In deze vogelstoppels werd een hoger restnitraatgehalte gevonden. Volgens de geldende regels zou dit met vanggewassen opgevangen moeten worden.
Het is niet nodig om na de oogst het stoppelland te bewerken, dus 1 werkgang minder.
Betrouwbaarheidsscore:
Het onderzoek is meerjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten geen statistische onderbouwing. Het is daarmee betrouwbaar.
Auteur
Jean-Marie Michielsen