Mesttoepassing wintertarwe: timing belangrijker dan techniek
Volledig onderzoeksrapportMesttoepassing wintertarwe: timing belangrijker dan techniek
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen University & Research
Locatie: PPO-proefbedrijf Lelystad
Periode: van 2001 tot 2002
Gefinancierd door: Hoofdproductschap Akkerbouw
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: Klei
Betrouwbaarheidsscore:
Toelichting bekijken
Ja(a)r(en) van onderzoek:
1
2
3
4
4+
Statistische onderbouwing:
Het onderzoek is statistisch onderbouwd.
Herhalingen:
Betrouwbaarheidsscore onderbouwing
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten een statistische onderbouwing. Het is daarmee betrouwbaar.
Dieper inwerken van dierlijke mest in wintertarwe leidt niet tot extra gewasschade.. De timing van mesttoepassing lijkt veel belangrijker: bij een jong gewas (uitstoeling) is de schade minimaal (50 kg/ha), bij een volgroeid gewas (strekking) is de schade fors (700 kg/ha).
Voorjaarstoepassing van dierlijke mest op wintertarwe is in de afgelopen decennia toegenomen door betere mineralenbenutting en grotere plaatsingsruimte voor mest. De praktijk maakte zich echter zorgen dat verplichte emissiearme aanwendingstechnieken (dieper inwerken) tot gewasschade zouden leiden. Dit onderzoek bepaalde de werkelijke schade bij verschillende inwerktechnieken.
Op het PPO-proefbedrijf in Lelystad werd varkensdrijfmest toegepast met verschillende technieken: sleufkouterbemester (ondiep), zodebemester (dieper) en combinaties met eggen. Mesttoepassing gebeurde in verschillende groeistadia van wintertarwe. Om fysieke gewasschade te onderscheiden van opbrengstverlies door stikstoftekort, vergeleek het onderzoek dierlijke mest met kunstmest bij gelijke werkzame stikstofgiften.
De inwerkdiepte bleek geen effect te hebben op gewasschade. De zodebemester veroorzaakte niet meer schade dan de sleufkouterbemester. Het groeistadium was wel bepalend voor de inwerkschade: bij de vroege uitstoelingsfase was dit minimaal (50 kg/ha), bij de late uitstoelingsfase 200 kg/ha en bij de strekkingsfase 700 kg/ha.
Insporing door de mestmachine veroorzaakte extra schade van 200-700 kg/ha, afhankelijk van het groeistadium. Deze schade kan in de praktijk beperkt worden door aangepaste bandenspanning of sleepslang-techniek (navelstrengsystemen).
Mesttoepassing in wintertarwe blijft economisch aantrekkelijk bij toepassing in de uitstoelingsfase.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Gezondheid bodem
Dierlijke mest draagt bij aan de bodemgezondheid door aanvoer van organische stof.
Gebruik kunstmest
Een efficiëntere benutting van dierlijke mest leidt tot minder gebruik van kunstmest.
Uitspoeling meststoffen
Voorjaarsgift leidt tot minder uitspoeling van meststoffen.
Kosten
Gebruik van dierlijke mest kan goedkoper zijn dan kunstmest.
Gewasopbrengst
Juiste toepassing en tijdstip leiden tot hogere opbrengsten.
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten een statistische onderbouwing. Het is daarmee betrouwbaar.
Bemesting
Tarwe