Een succesvolle bestrijding van cercospora vraagt om nauwkeurige veldwaarneming, een accurate afstemming van het spuitmoment en het afwisselen van gewasbeschermingsmiddelen. Voor het bepalen van het juiste spuitmoment kan een sensor die temperatuur en luchtvochtigheid meet een meerwaarde opleveren.
Conclusies
- Gewasbeschermingsstrategie afstemmen op de aanwezige bladschimmel verbetert de cercospora-beheersing.
- De toevoeging van Promotor geeft niet altijd meerwaarde in cercospora-beheersing.
- Bijna alle geanalyseerde isolaten zijn resistent voor strobilurines.
- De proeven tonen aan dat, wat betreft de gevoeligheid voor triazolen, de cercospora-beheersing mogelijk blijft.
- Eén sensor per perceel volstaat, mits deze op een representatieve locatie wordt geplaatst.
Samenvatting
Cercospora kan vanaf gewassluiting aanzienlijke schade veroorzaken in de suikerbietenteelt. Hoe eerder in het seizoen en hoe sterker de aantasting, hoe groter de opbrengstverliezen. Het weer speelt daarbij een belangrijke rol. De ziektedruk neemt bovendien toe naarmate de rotatie met waardplanten korter is.
Bij de eerste symptomen van cercospora moet de teler een fungicidebespuiting uitvoeren. De bestrijding gebeurt al jarenlang met werkzame stoffen uit dezelfde groepen (triazolen en strobilurines), waardoor selectie van minder gevoelige isolaten is opgetreden.
In dit onderzoek, uitgevoerd in 2018, is gekeken naar de gevoeligheid van de in Nederland gevonden isolaten, evenals naar de beste strategie om cercospora te beheersen op twee locaties (Drenthe, Limburg). Deze locaties staan historisch bekend als moeilijk beheersbaar.
Drenthe, Exloo
Op het proefveld in Exloo was de beheersing van cercospora bij alle behandelde objecten significant beter dan in de onbehandelde controle. Tussen de objecten die specifiek waren gericht op de beheersing van cercospora werden geen significante verschillen gevonden. De geanalyseerde cercospora‑isolaten bleken allemaal resistent tegen strobilurinen, maar gevoelig voor alle triazolen. Dit komt overeen met de waargenomen effectiviteit van de toegepaste middelcombinaties.
Limburg, Roggel
Alle behandelingen lieten een significant lagere cercospora‑aantasting zien dan de onbehandelde controle. Tussen de verschillende cercospora‑behandelingen waren kleine verschillen zichtbaar. De beste resultaten werden behaald in de objecten waarin rekening was gehouden met een mogelijke verminderde gevoeligheid van de schimmel.
De geanalyseerde cercospora‑isolaten bleken allemaal resistent tegen strobilurinen. Twee isolaten vertoonden daarnaast een verminderde gevoeligheid voor difenoconazool. Het derde isolaat liet daarbovenop een verminderde gevoeligheid voor epoxyconazool zien.
Gevoeligheidsanalyse
Bijna alle geanalyseerde isolaten zijn resistent voor strobilurines. De EC50 waarden en Resistance Factor (RF) geven voor epoxiconazool gelijk mate van gevoeligheid: 9,5% van de isolaten is verminderd gevoelig. Voor difenconazool en cyproconazool waren de resultaten minder eenduidig.
Impactscore
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten
direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik
van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een
korte toelichting.
De proef in Roggel liet zien dat het onbehandelde object met de hoogste cercospora-aantasting de laagste financiële opbrengst behaalde. Verschil was niet significant.
Betrouwbaarheidsscore:
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten een statistische onderbouwing. Het is daarmee betrouwbaar.