PPS RhizocNEW: Hoe beheersen we Rhizoctonia-aantasting in de toekomst?

PPS RhizocNEW: Hoe beheersen we Rhizoctonia-aantasting in de toekomst?

Aardappelveld met inzet plantaantasting door Rhizoctonia. Foto's: WUR
Aardappelveld met inzet plantaantasting door Rhizoctonia. Foto's: WUR

Over Crkls

In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.


De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.


Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.


Meer over Crkls

Ga naar de inhoud

Onderzoeksinstituut: Wageningen University & Research

Locatie: Nederland

Periode: van 2025 tot 2029

Gefinancierd door: TKI Agri&Food en 8 partners (zie partneroverzicht)

Status onderzoek: Lopend

Doel van RhizocNEW is om nieuwe beheersmaatregelen te ontwikkelen waarmee schade door Rhizoctonia solani in aardappel beperkt kan worden. Het effect van (combinaties van) nieuwe maatregelen zoals (specifieke) groenbemesters en stimulering (of toevoeging) van nuttige micro-organismen op pathogene Rhizoctonia-populaties en schade in het gewas worden bepaald. Deze nieuwe concepten kunnen worden toegepast in een ICM-strategie, en leveren ook kennis voor de beheersing van Rhizoctonia in andere gewassen.

Waarom dit onderzoek?

Schade door Rhizoctonia solani is een van de groeiende problemen in de Nederlandse aardappelsector, welke grote financiële schade kunnen veroorzaken. Innovatieve, nieuwe methodes om Rhizoctonia te controleren ontbreken momenteel en er zijn op dit moment onvoldoende effectief werkende niet-chemische middelen beschikbaar. Recent onderzoek (o.a. PhD thesis Sara Cazzaniga) heeft aangetoond dat er groenbemesters zijn die de opbouw van antagonisten kunnen stimuleren, maar er is nog onvoldoende kennis over de toepasbaarheid en stuurbaarheid tegen Rhizoctonia. Ook is er weinig kennis over de mogelijkheden van het combineren van groenbemesters, microbiologie en organische toevoegingen tegen Rhizoctonia.

In dit project werken verschillende partijen binnen de aardappelketen samen aan het ontwikkelen van nieuwe maatregelen tegen Rhizoctonia-aantasting.

Wat willen we bereiken?

Groenbemesters

De ontwikkeling van nieuwe beheersmaatregelen voor Rhizoctonia in aardappel wordt in RhizocNEW in vijf werkpakketten (WP) uitgevoerd.

Tot nu toe was optreden van schade in het gewas een black-box, omdat er nauwelijks gegevens zijn over de populatieontwikkeling van de ziekteverwekkende Rhizoctonia’s in bodem en rhizosfeer onder verschillende omstandigheden. Dankzij recent ontwikkelde DNA-technieken kan de hoeveelheid Rhizoctonia in de bodem, specifiek per AG-type, worden gekwantificeerd (Maciá-Vicente et al., 2024). Hierdoor wordt het mogelijk het effect van beheersmaatregelen op de populatieontwikkeling van het pathogeen te toetsen, zelfs in afwezigheid van het gewas. Door het effect van (combinaties van) maatregelen op de Rhizoctonia-populatieontwikkeling te meten, ontstaat meer inzicht in de mechanismen van de ontwikkeling van ziektewering en de daaropvolgende (gereduceerde) aantasting van het gewas.

Hoe doen we dit?

WP1: Inventarisatie en voorbereiding bakkenproef
Kennisinventarisatie en toetsen van nieuwe concepten tegen Rhizoctonia solani. Een bakkenproef met een selectie van behandelingen (en stapeling daarvan) wordt op basis daarvan voorbereid.

WP2: Proof of concept in bakkenproef met pathogeen
In een bakkenproef met Rhizoctonia-besmette grond worden verschillende behandelingen en combinaties daarvan getoetst. Het succes van de behandelingen wordt beoordeeld door de Rhizoctonia-ontwikkeling in de grond te bepalen, alsook aantasting en opbrengst (kwantitatief en kwalitatief) van het gewas. Verschillende Rhizoctonia AG typen worden m.b.v. de eerder ontwikkelde qPCR techniek gekwantificeerd. Ook eventuele opbouw van andere ziekteverwekkers en/of nuttig bodemleven wordt bijgehouden indien relevant.

WP3: Effect van maatregelen in het veld
Veelbelovende behandelingen (WP2) worden verder getoetst onder veldomstandigheden. Aardappelmetingen (aantasting en opbrengst) zijn maatgevend om het succes van de verschillende concepten te analyseren. Kwantificeren van de verschillende Rhizoctonia AG typen van wordt ingezet om het effect van de maatregelen op de pathogeen-populatie te bepalen.

WP4 Communicatie
Communicatie, disseminatie en vertaling van projectresultaten naar relevante partijen.

WP5 Projectcoördinatie
Praktische coördinatie van het project


Telers gezocht!

We zoeken voor RhizocNEW enthousiaste telers die zelf aan de slag zijn gegaan met het ontwikkelen, toepassen of verfijnen van niet-chemische maatregelen tegen Rhizoctonia. We horen graag al uw ervaringen, goede en slechte, zowel tips als uitdagingen! Ben jij zo’n teler en wil je meedoen of eerst vrijblijvend meer informatie ontvangen? Stuur dan een mail naar Tess of Harold.


Nieuws

De eerste potproef in de PPS RhizocNEW is ingezet! In deze potproef toetsen we hoe we aardappelpathogene Rhizoctonia  via de bodem kunnen terugdringen.

Lees meer


Partners

Project-team

Tess van de Voorde
Projectleider PPS RhizocNEW. Onderzoeker Bodemecologie en -pathogenen bij WPR Biointeracties en Plantgezondheid.
Joeke Postma
Expert Rhizoctonia en bodemweerbaarheid tegen plantpathogenen
Harold Meijer
Onderzoeker bij WPR Biointeracties en Plantengezondheid, met brede expertise in plant-pathogeeninteracties, infectiebiologie en ziektemanagement.