Relatief rustig phytophthorajaar biedt geen reden tot verslapping
Relatief rustig phytophthorajaar biedt geen reden tot verslapping
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Ondanks een relatief rustig phytophthoraseizoen blijft waakzaamheid noodzakelijk. Tijdens zes demoveldbezoeken lieten onderzoekers zien hoe robuuste rassen, monitoring en beslissingsondersteuning samen bijdragen aan een weerbare aardappelteelt.
Hoewel phytophthora dit jaar vroeg de kop opstak, onder andere door onafgedekte afvalhopen, bleven grote uitbraken door de droge zomer tot nu toe (7 augustus) uit. Dat betekent echter niet dat de sector achterover kan leunen. Veranderingen in de pathogenpopulatie, doorbraken van rasresistenties en toenemende resistentie tegen gewasbeschermingsmiddelen vragen om een meer geïntegreerde aanpak.
Hoe die aanpak eruitziet, wordt onderzocht binnen de PPS ‘Resistentiemanagement voor beheersing Phytophthora infestans’ en het project ‘Naar een weerbare aardappelketen met robuuste rassen’. Op zes demovelden verspreid over Nederland liggen praktijkproeven met robuuste aardappelrassen en rassen met verbeterde resistenties. In juli kregen telers, kwekers, verwerkers en adviseurs tijdens demoavonden uitleg over de proefopzet, de rassen, de aardappelziekte en de verschillende maatregelen die worden onderzocht. Ook kwamen hulpmiddelen als de Bioscout-sporenval, PhytoAlert en het BIOBOS-systeem aan bod, waarna de deelnemers de proefvelden bezochten.

Onderzoeker Willem Spriensma van SPNA AgroResearch in Munnekezijl, waar zowel een gangbaar als een biologisch proefveld ligt, zag duidelijke verschillen in de belangstelling. “Biologische telers wilden vooral weten hoe de verschillende robuuste rassen presteren en waar hun resistenties zitten. Gangbare telers waren juist erg geïnteresseerd in de Bioscout en hoe die kan helpen bij het bepalen van het juiste spuitmoment.” Dit jaar zijn op zes locaties sporenvallen geplaatst.
Ook tijdens de bijeenkomst in Zevenbergschenhoek stond de combinatie van maatregelen centraal. “Telers zoeken een ras met een sterke phytophthoraresistentie én goede teelteigenschappen”, zegt Dingeman Burgers. “Juist de combinatie van robuuste rassen, monitoring met de Bioscout en een doordachte aanpak van de ziekte maakt dit onderzoek interessant.”
De demoavonden maakten duidelijk dat er geen wondermiddel tegen phytophthora bestaat. Juist de combinatie van resistente rassen, monitoring en beslissingsondersteuning biedt perspectief voor een weerbare aardappelteelt. In 2027 worden er opnieuw proefvelden aangelegd die te bezoeken zijn.