Nieuw onderzoeksplatform moet akkerbouw op kleigronden weerbaarder maken
Nieuw onderzoeksplatform moet akkerbouw op kleigronden weerbaarder maken
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
De akkerbouw op kleigronden staat voor een dubbele uitdaging: minder afhankelijk worden van chemische gewasbeschermingsmiddelen en toch een kwalitatief product tegen een eerlijke prijs blijven leveren. In het onderzoeksproject Akkerbouw op Klei dat onlangs van start is gegaan, wordt getest hoe een integraal teeltsysteem op kleigrond kan functioneren.
Centraal in het project staat een grootschalig onderzoeksplatform dat is aangelegd op de proefboerderij van Wageningen University & Research (WUR) Open Teelten in Lelystad. Hier wordt een integraal teeltsysteem volgens Integrated Crop Management (ICM) getest en vergeleken met de huidige praktijk. Binnen deze aanpak staat niet één maatregel centraal, maar wordt gewerkt aan een weerbaar teeltsysteem waarin onder meer vruchtwisseling, resistente rassen, duurzaam bodembeheer, monitoring en gerichte bestrijding elkaar versterken.
Het platform moet inzicht geven in de effectiviteit, economische haalbaarheid en milieu-impact van een systeem dat minder afhankelijk is van chemische middelen. “Het doel is om praktische oplossingen te ontwikkelen die zowel agronomisch als economisch houdbaar zijn”, aldus Timo Sprangers, projectleider WUR Open Teelten.
Naast het centrale platform worden op meerdere locaties satellietproeven uitgevoerd, zodat kennis wordt getoetst onder uiteenlopende omstandigheden in verschillende kleigebieden. Het project werkt toe naar drie concrete resultaten:
Binnen het project worden onder meer gevalideerde teeltstrategieën ontwikkeld, innovatieve monitoringsmethoden getest en beslissingsondersteunende systemen ingezet voor de beheersing van plagen zoals bladluizen en trips. Ook wordt gekeken naar economische haalbaarheid en milieu-impact.
Door de intensieve samenwerking tussen onderzoek, bedrijfsleven, onderwijs en praktijkpartners wordt nieuwe kennis direct vertaald naar toepasbare oplossingen voor de sector. Daarmee levert het project een bijdrage aan de transitie naar een duurzame en weerbare akkerbouw en aan de landelijke ambities voor een toekomstbestendige plantaardige productie richting 2030. Bezoek te zijner tijd ook de veld- en demodagen tijdens het groeiseizoen om de resultaten en ontwikkelingen in de praktijk te bekijken.
Het PPS-project ‘Integrated Crop Management voor de beheersing van ziekten, plagen en onkruiden in akkerbouw op kleigronden’ (kortweg Akkerbouw op Klei) loopt van 2026 tot en met 2029 en wordt medegefinancierd vanuit de Topsector Agri&Food door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Partners zijn: BO Akkerbouw, Stichting Bloembollen Onderzoek, Agrifirm Group, Farmplus, Van Iperen, CropLife NL (vertegenwoordigd door BASF, Bayer, Fine, FMC, UPL en ADAMA), HZPC, Provincie Noord-Holland, Provincie Flevoland, Provincie Zeeland, Provincie Noord-Brabant, Provincie Zuid-Holland, Provincie Friesland, Provincie Groningen, Provincie Gelderland, STOWA, KAVB, Stichting IRS, KWS Benelux, Vereniging Artemis, Aeres Hogeschool Dronten en Wageningen University & Research.