Voerspoor biedt reductiekansen, maar blijft maatwerk
Volledig onderzoeksrapportVoerspoor biedt reductiekansen, maar blijft maatwerk
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen Livestock Research
Locatie: 5 melkveebedrijven in Nederland
Periode: van 2020 tot 2019
Gefinancierd door: Ministerie van LVVN
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: 2x kleigrond, 2x zandgrond 1x veengrond
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Toelichting bekijken
Ja(a)r(en) van onderzoek:
1
2
3
4
4+
Statistische onderbouwing:
Het onderzoek is niet statistisch onderbouwd.
Herhalingen:
Betrouwbaarheidsscore onderbouwing
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten geen statistische onderbouwing. Het is daarmee matig betrouwbaar.
Op vijf Koeien & Kansen-bedrijven is in 2029 op basis van een prototyping ronde verkend hoe voerstrategieën kunnen bijdragen methaan- en ammoniakreductie. De praktijk liet zien 20% methaanreductie mogelijk is. Belangrijkste conclusie is dat er reductiepotentie binnen de veehouderij is, maar vanwege grote bedrijfsvariatie is maatwerk noodzakelijk. Een uniforme aanpak voor alle bedrijf is niet mogelijk.
De melkveehouderij levert een belangrijke bijdrage aan methaan- (CH₄) en ammoniakemissies (NH₃) in Nederland. Binnen Praktijkimplementatie CH₄ en NH₃ reductie via voerspoor (WUR, 2021) is onderzocht hoe voerstrategieën kunnen bijdragen aan een emissiereductie van 30% in 2030. Voorafgaand aan dit onderzoek vond er een eerste praktijkronde plaats, gericht op een haalbare 20% reductie, zonder verlies aan melkproductie.
De praktijkronde werd uitgevoerd op vijf melkveebedrijven binnen het project Koeien & Kansen. Hier zijn voerstrategieën ontwikkeld en getest volgens het prototypingmodel. Dit houdt in dat er per bedrijf een op maatgemaakte voerstrategie werd vastgesteld in overleg tussen veehouder en adviseur. Deze strategie werd afgestemd op de specifieke bedrijfssituatie en wensen van de ondernemer.
De methaan- en de ammoniakemissies werden gemonitord, onder andere met hulp van de inzet van een Greenfeed, die de methaanemissie van een individuele koe kan meten.
Op basis van alle verzamelde input zijn scenariostudies uitgevoerd op te verkennen welke reductiemogelijkheden er op elk specifieke bedrijf nog zijn.
De belangrijkste ingezette reductiemaatregelen waren:
Op vier van de vijf bedrijven werd 7–15% CH₄-reductie behaald. Twee bedrijven realiseerden daarnaast ook een TAN-reductie van 7–13%. De hoogste reductie werd bereikt met rantsoenen, waaraan vet was toegevoegd. Toch werd deze maatregel vanuit niet op alle bedrijven toegepast. Sommige veehouders vermijden het gebruik van palmolie uit duurzaamheidsoverwegingen. Dit beperkt de inzet van deze maatregel in de praktijk.
Niet alle maatregelen bleken breed toepasbaar. Voermaatregelen verhogen vaak de kosten en kunnen botsen met de principes van kringlooplandbouw of biodiversiteitsdoelen. Daarnaast waren sommige maatregelen technisch niet haalbaar op alle bedrijven. De grote variatie tussen bedrijven benadrukt het belang van maatwerk. Ook bedrijfseconomische overwegingen spelen een belangrijke rol in de keuze om welk al dan niet bepaalde maatregelen te implementeren.
De volgende prototypingronde in dit project zal zich richten op het nemen van vervolgstappen om jaarrond reductie van methaan- en ammoniakemissies via het voerspoor te realiseren. Aanpassingen in de ruwvoerteelt die een gunstig effecten hebben op emissiefactoren (EF) vormen hierin een logische stap. In het vervolgonderzoek ligt de nadruk op een verdere integrale aanpak van de emissiereductie op bedrijfsniveau en op het verbeteren van de modellen die de CH4 – uitstoot op melkveebedrijven schatten.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Uitstoot broeikasgassen
Ambitie was reductie van 20 tot 30%; in de praktijk op basis van vijf bedrijven 5 tot 20% gerealiseerd via aangepast voerstrategieën, zoals het toevoegen van vetten en meer mais in het rantsoen.
Kosten
Hogere kosten door aangepast krachtvoer en voedermiddelen, zoals vetten en specifieke bijproducten.
Biodiversiteit
Kan een negatief effect hebben door de keuze van de ondernemer voor meer maisland in plaats van grasland.
Financiële opbrengst
In veel gevallen hogere krachtvoerkosten (€3 tot € 7 per 100 kg). Dus niet altijd economisch aantrekkelijk zonder aangepast verdienmodel. Dit onderdeel vergt nog meer onderzoek.
Dit rapport is een praktijkrapportage en beschrijft een eerste prototypingronde van de invoering van voerstrategieën. Het vormt de voorloper van het rapport: Praktijkimplementatie CH4 en NH3 reductie via voerspoor – praktijkrapport 2021
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten geen statistische onderbouwing. Het is daarmee matig betrouwbaar.
Ammoniakemissie