Met tijdige en gerichte onkruidbestrijding in maisteelt is het mogelijk om tot 46% te besparen op middel bij een volledige chemische bestrijding. Zelfs tot 60% besparing is mogelijk als eggen wordt gevolgd door één nabespuiting. Met daarbij een vergelijkbare onkruidrest en zelfs een hogere maisopbrengst.
Conclusies
- Vroege en gerichte onkruidbestrijding verhoogt de maisopbrengst aanzienlijk vergeleken met late, zwaardere herbicidetoepassingen.
- Het Lage Dosering Systeem (LDS) bespaart tot 46% herbiciden zonder verlies in onkruidbestrijdingseffectiviteit.
- Mechanische methoden gecombineerd met nabespuiting verminderen herbicidengebruik met bijna 60% en zijn beter voor het milieu.
- Late praktijkbespuiting resulteert in lagere gewashoogte en opbrengst, vooral bij vers gewicht en droge stof.
- Alle geteste strategieën leveren vergelijkbare resultaten in onkruidbestrijdingseffectiviteit.
- Gunstige weersomstandigheden bevorderen de groei en rijping van mais, maar strategiekeuze voor onkruidbestrijding blijft bepalend voor opbrengst en efficiëntie.
Samenvatting
In een veldproef zijn vier strategieën voor onkruidbestrijding in snijmaïs getest en vergeleken. Daarnaast was er nog een mechanische aanpak als referentie. Het doel was de effecten op opbrengstreductie en efficiëntie van herbicidengebruik te beoordelen. Dit is gedaan op twee rassen met twee verschillende veredelingslijnen. Dit is gedaan voor een brede vertaalbaarheid van de resultaten naar de praktijk.
Resultaten onkruidbestrijding
De chemische strategieën, inclusief de Lage Dosering Systeem (LDS), bespaarden 16-46% aan herbiciden, oplopend tot bijna 60% bij mechanische methoden zoals eggen, gevolgd door beperkte chemische nabespuiting. Alle chemische strategieën leverden vergelijkbare effectieve onkruidbestrijding, met minder herbicidengebruik dan de late praktijkbespuiting.
Resultaten op opbrengst en gewasontwikkeling
De late praktijkbespuiting resulteerde in een lager gewas en de minste opbrengst. De strategieën met vroege en gerichte toepassingen, zoals LDS en bodemherbiciden gevolgd door nabespuiting, gaven significant hogere opbrengsten in vers gewicht. Ook in droge stof en voederwaarde (VEM) scoorden deze strategieën beter.
Resultaten milieueffecten
De reductie in herbicidengebruik vertaalde zich in een lagere belasting voor het milieu, met de mechanische strategie als meest milieuvriendelijke aanpak.
Weersomstandigheden seizoen
De groeiomstandigheden waren over het algemeen gunstig, met gemiddelde tot hogere temperaturen en een droog einde van het groeiseizoen. Dat droeg bij aan een vlotte afrijping.
Conclusie
Vroegtijdige en gerichte onkruidbestrijding minimaliseert herbicidengebruik, verhoogt de maisopbrengst en verlaagt de milieubelasting, zonder negatieve interacties met maisveredelingslijnen. Deze aanpak kan een duurzamer alternatief bieden voor late, zware herbicidetoepassingen.
Impactscore
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten
direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik
van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een
korte toelichting.
Gebruik chemische middelen
In de proef bleek een tijdige inzet van onkruidbestrijding voor zowel een besparing op middel als voor een meeropbrengst te zorgen.
Alle strategieën leiden tot een hogere gewasopbrengst in vergelijking met de ‘praktijk laat’ (welke de meest gangbare praktijk representeert). Dit zal leiden tot een hogere financiële opbrengst.
Betrouwbaarheidsscore:
“Matig betrouwbaar”. Er is een systematische proefopzet gedaan om verschillende onkruidbestrijdingsstrategieën te vergelijken. Het was 1 groeiseizoen, zonder herhaling. Daarnaast is er geen enkele andere literatuur vermeld. Het onderzoek komt wel degelijk over.