Stikstofstromen in beeld bij bedrijfsspecifiek bemesten
Volledig onderzoeksrapportStikstofstromen in beeld bij bedrijfsspecifiek bemesten
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen UR / WPR
Locatie: Melkveebedrijf Baltus, Middenmeer, Noord-Holland
Periode: van 2010 tot 2018
Gefinancierd door: PPS Meerwaarde Mest&Mineralen (LVVN en ZuivelNL)
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: Zeeklei (lichte zavel tot klei, kalkrijk)
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Door analyse van meerdere jaren aan gewasopbrengst (gras, snijmais) en bemesting (drijf- en kunstmest) bij een Koeien&Kansen-bedrijf, zijn de stikstof- (N) en fosfor- (P) balansen van dit bedrijf in kaart gebracht. Het lage N-gehalte in het gras, bij hoge drogestofopbrengst, geeft ruimte voor aanpassingen.
Deze case studie is gedaan op het Koeien&Kansen-bedrijf van Rijk Baltus in Middenmeer (N.H.) Bij dit onderzoek naar de stikstof- (N) en fosfor- (P) stromen in bodem en gewas, lag de nadruk op de N-voorziening door bemesting, N-levering door de bodem, de gewasopname en de verliezen van stikstof naar milieu. Het bedrijf neemt deel aan de pilot bedrijfsspecifiek bemesten met stikstof uit dierlijke mest (BES). Daarbij is de bemestingsruimte afgestemd op de N- en P-onttrekking van het gewas aan de bodem.
Het bedrijf teelt gras en maïs waarbij alle gras ingekuild wordt. Er wordt niet beweid. In dit onderzoek zijn data van 8 jaar gebruikt. Het overschot aan stikstof verdeelt zich over ophoping in de bodem (10 kg/ha/j), verlies door uitspoeling (7 kg/ha/j), en denitrificatie (61 kg/ha/j). De onzekerheid van de ophoping in de bodem is echter groot (64 – 106 kg N/ha). Het bodemoverschot van stikstof is volgens deze berekeningen niet betrouwbaar bedrijfsspecifiek te bepalen.
De grasopbrengsten op dit bedrijf zijn erg hoog, door zowel omgevingsomstandigheden als management. Het eiwitgehalte in het gras is echter laag. Dit kan Baltus niet volledig opvangen door bedrijfsspecifiek meer te bemesten.
Er zijn wel andere managementaanpassingen die kunnen leiden tot een hoger N-gehalte in het gewas. Baltus kan bijvoorbeeld kunstmest met een hoger ammoniumgehalte toepassen. Verder kan hij de N-binding vergroten door toevoegen van klaver of andere stikstofbindende gewassen. Deze maatregelen kunnen op een klein deel van het bedrijf getest worden. Zo zijn de risico’s voor het bedrijf acceptabel.