Door samenwerking tussen akkerbouw- en melkveebedrijven is het mogelijk om tot een duurzame, klimaatbestendige bedrijfsvoering te komen. Dit onderzoek richtte zich op de optimalisering van gezamenlijk grondgebruik. De algemene conclusie is dat met doordachte bouwplannen het bouwplansaldo voor beide bedrijven op peil blijft, bodemziekten beheersbaar zijn en dat soms de organische stofvoorziening kan verbeteren en broeikasgasemissies kunnen verminderen.
Conclusies
- Bij gezamenlijk grondgebruik; kies voor een juiste teeltfrequentie en slimme gewasvolgorde, rekening houdend met de beheersbaarheid van de aanwezige bodemziekten en -plagen in het perceel en optimale nutriëntenbenutting.
- Bij een gezamenlijk bouwplan; weeg de korte termijn effecten (economie) af met de lange termijn effecten (voldoende organische stof en goede bodemgezondheid).
- Na scheuren van grasland; teel een gewas met hoge N-behoefte en zaai na de oogst ervan een vanggewas om N-verliezen te beperken.
- Voederbieten, gras-rode klaver zijn gunstig voor het saldo van melkveebedrijven. Aandachtspunt is verhouding tijdelijk en blijvend grasland. Veldbonen i.p.v. graan verlaagt het saldo op akkerbouwbedrijven.
- In de toekomst krijgen aardappelen en uien te maken met grote saldodalingen door extremer weer. Ook de teelt van alternatieve eiwitgewassen kan, afhankelijk van het gewas, lastiger worden.
- De teelt van eiwitgewassen verlaagt in geringe mate de broeikasemissies. Als door gezamenlijk grondgebruik het areaal aardappelen stijgt, wat vaak gebeurt in de samenwerkingen, stijgen de broeikasgasemissies.
Samenvatting
In de akkerbouw heeft klimaatverandering en eiwittransitie een grote invloed op de samenstelling van het bouwplan de komende decennia. Daarnaast is er de vraag; kan samenwerking tussen akkerbouw- en melkveebedrijven door gezamenlijk grondgebruik beide sectoren helpen tot een duurzamere bedrijfsvoering?
Doel van het onderzoek
Het uitgangspunt is de productie van eiwitten verhogen voor mens en dier in Nederland en hoe het gezamenlijk grondgebruik kan worden verbeterd. Via twee lijnen:
- Bestaande kennis met betrekking tot klimaatverandering en eiwittransitie te inventariseren en de effecten van bouwplanaanpassingen in kaart brengen.
- Aan te geven hoe het gezamenlijk grondgebruik tussen akkerbouw- en melkveebedrijven kan worden verbeterd door verschillende grondgebruiksvarianten door te rekenen.
Aanpak
- Huidige bouwplannen zijn in kaart gebracht voor akkerbouw en melkveehouderij in 4 regio’s: Centrale zeeklei, Zuidwestelijke zeeklei, Zuidoostelijk zandgebied en Noordoostelijk zandgebied.
- Vervolgens zijn voor elke regio varianten op het huidige bouwplan vastgesteld en beoordeeld op onder andere economie, bodemgezondheid, organische stof (agronomisch) en milieutechnisch.
- Risico’s van klimaatverandering en effecten van teelt van eiwitgewassen (op onder andere bodempathogenen) zijn geïnventariseerd.
- De bevindingen, conclusies en aanbevelingen zijn gerapporteerd.
Impactscore
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten in de melkveehouderij de onderzoeksresultaten direct effect kunnen hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot efficiënter voergebruik, minder gebruik van geneesmiddelen of een betere diergezondheid. Dat vermelden we met een korte toelichting.
De Organische stof wordt voor bouwland gunstiger.
Afzet mest van melkveehouder naar akkerbouwer is gunstig voor beide partijen.
Voor de melkveehouder bij de teelt van voederbieten kan er bespaard worden op aangekocht voer.
Aanvullende informatie
- Verkenning vruchtwisselingsopties met voedergewassen op melkveebedrijven: https://edepot.wur.nl/530095
Betrouwbaarheidsscore:
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten een statistische onderbouwing. Het is daarmee betrouwbaar.