Onbekend lek in stikstofkringloop Nederlandse melkveehouderij
Volledig onderzoeksrapportOnbekend lek in stikstofkringloop Nederlandse melkveehouderij
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen Livestock Research
Locatie: n.v.t.
Periode: van 2020 tot 2021
Gefinancierd door: LVVN en PPS 'Mestscheiding in melkveestallen'
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: n.v.t.
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Stikstof gaat uit de kringloop verloren door emissie uit de stal. Om dit in balans te houden, moet de verloren stikstof worden aangevuld met aankoop van kunstmest en voer. Daarnaast kan de vervluchtigde stikstof neerslaan in gebieden. Dat leidt tot eutrofiëring. Om in kaart te brengen wat de stikstofverliezen van een melkveebedrijf zijn, is een stikstofbalans opgesteld van een referentiestal met roostervloer en drijfmest.
Stikstof vervluchtigt uit melkveestallen grotendeels in de vorm van ammoniak (NH3) en voor een klein deel in de vorm van stikstofgas (N2), lachgas (N2O) en stikstofoxiden (NOx). NH3– en N2O-emissies kunnen worden gemeten, maar N2– en NOx-emissies kunnen alleen worden afgeleid uit een stikstof-massabalans van de stal. Een massabalans bestaat uit inputs zoals water, zaagsel en voer en uitputs zoals mest, melk en dieren. Gedurende 52 weken is wekelijks een mineralenbalans opgesteld, waarbij het N-verlies het verschil was tussen de totale aanvoer en totale vastlegging van N. Met behulp van de dagelijks gemeten NH3– en N2O-emissie is onderscheiden welk deel van het totale N-verlies bestond uit NH3, N2O en N2 (incl. NOx).
Het totale N-verlies uit een stal met roostervloer is 137 kg N per koe per jaar. Dit komt overeen met 16,6% van de N-excretie. Van het totale N-verlies is 6,6% verloren gegaan als ammoniak, 0,2% als lachgas en 9,7% als stikstofgas (inclusief NOx). Er wordt gesuggereerd dat door de aanwezigheid van een drijflaag op de mest denitrificatie wordt gestimuleerd. Hierbij wordt nitriet omgezet in stikstofgas. Daardoor was het N2-verlies, dus ook het totale stikstofverlies, groter dan vooraf verwacht. Regelmatig kort mixen van mest kan deze drijflaag voorkomen. Hiermee kan mogelijk het N2-verlies worden verlaagd. Het geconstateerde grote N2-verlies suggereert een tot dusver onbekend lek in de N-kringloop in de Nederlandse melkveehouderij. Door het dichten van het lek in de N-kringloop neemt de bemestende waarde van drijfmest en de N-efficiëntie van de melkveehouderij toe.
Er is gedurende een jaar gemeten en van elke week een balans opgesteld. Er is één enkel bedrijf bemeten (n=1).