Meer mest op maat voor melkveebedrijven
Volledig onderzoeksrapportMeer mest op maat voor melkveebedrijven
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: WUR, WLR, WPR
Locatie: Zes bedrijven op klei-, zand- en veengrond
Periode: van 2015 tot 2018
Gefinancierd door: ZuivelNL en Ministerie van Economische Zaken
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: divers
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Toelichting bekijken
Ja(a)r(en) van onderzoek:
1
2
3
4
4+
Statistische onderbouwing:
Het onderzoek is niet statistisch onderbouwd.
Herhalingen:
Betrouwbaarheidsscore onderbouwing
Ondanks dat het onderzoek is uitgevoerd op meerdere praktijkbedrijven en over meerdere jaren en er een systematische en reproduceerbaar rekenmodel is gebruikt, is er geen statistische onderbouwing. De onderzoekers adviseren daarom zelf om bij vervolgonderzoek meer echte metingen te gebruiken ter controle van de modelschattingen.
Niet elk melkveebedrijf benut stikstof en fosfaat hetzelfde. Kan een bedrijf dat veel gras en mais van eigen land haalt daarom meer dierlijke mest benutten en minder kunstmest nodig hebben? In het BES-onderzoek op zes melkveebedrijven is gekeken wat bedrijfsspecifieke bemesting betekent voor mestgebruik, kunstmestgift en stikstofoverschot.
Niet ieder melkveebedrijf benut stikstof en fosfaat hetzelfde. Het BES-project (Bedrijfseigen Stikstofbenutting) onderzocht daarom of bedrijfsspecifieke bemesting meer dierlijke mest mogelijk maakt zonder hogere stikstofbodemoverschotten. Op zes melkveebedrijven werden hiervoor gegevens uit de KringloopWijzer gecombineerd met het WOD-model. Dat is een rekenmodel dat helpt bepalen hoeveel stikstof een gewas kan benutten bij een bepaalde bemesting.
Op basis van bedrijfsspecifieke berekeningen kon gemiddeld 57 kg extra N uit mest per hectare worden toegediend in ruil voor 25 kg minder N uit kunstmest per hectare. In de praktijk was het verschil groter. Gemiddeld werd er 81 kg meer N uit mest en 34 kg minder N uit kunstmest toegediend.
Ondanks de ruimere mestgift bleven de berekende stikstofbodemoverschotten onder de generieke referentiewaarden. Ondanks de hogere mestgift bleven de fosfaatoverschotten op bijna alle bedrijven negatief. Door de extra fosfaatvoorziening werd de bodemvoorraad echter minder snel aangesproken.
Bij de zes onderzochte bedrijven bleven de gemeten nitraatconcentraties onder 50 mg/l. De metingen waren beperkt en niet volledig representatief voor het bedrijf of voor langere perioden.
Een belangrijk aandachtspunt is ammoniak. Meer dierlijke mest in plaats van kunstmest kan leiden tot hogere ammoniakverliezen. Daarom werd ook gekeken naar aanvullende ammoniakopgave bij bedrijfsspecifieke bemesting.
Het onderzoek laat zien dat bemesting beter kan worden afgestemd op de prestaties van een bedrijf. Tegelijkertijd vraagt toepassing om voorzichtigheid: belangrijke resultaten zijn gebaseerd op modelberekeningen en schattingen en slechts beperkt gecontroleerd met veldmetingen.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten in de melkveehouderij de onderzoeksresultaten direct effect kunnen hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot efficiënter voergebruik, minder gebruik van geneesmiddelen of een betere diergezondheid. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Gezondheid bodem
Door extra dierlijke mest kon op de meeste bedrijven de afname van de fosfaatvoorraad in de bodem worden afgeremd.
Uitstoot ammoniak
Door vervanging van kunstmest-N door dierlijke mest kan de ammoniakemissie bij toediening toenemen. De berekende extra mitigatieopgave bedroeg gemiddeld 5 kg NH3-N per hectare.
Kosten
De vervanging van N uit kunstmest door dierlijke mest leidde tot een besparing op N uit kunstmest en tot minder verplichte afvoer.
Ondanks dat het onderzoek is uitgevoerd op meerdere praktijkbedrijven en over meerdere jaren en er een systematische en reproduceerbaar rekenmodel is gebruikt, is er geen statistische onderbouwing. De onderzoekers adviseren daarom zelf om bij vervolgonderzoek meer echte metingen te gebruiken ter controle van de modelschattingen.
BES
Drijfmest
Kringloopwijzer
Kunstmest