Lage bodemverstoring zorgt voor rijk divers bodemleven bij ‘oude’ graslanden
Volledig onderzoeksrapportLage bodemverstoring zorgt voor rijk divers bodemleven bij ‘oude’ graslanden
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Louis Bolk Instituut, WUR, Vlinderstichting
Locatie: Nederland
Periode: 2021
Gefinancierd door: ZuivelNL, Rabobank, Triodos, WNF, Min. LVVN
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: Zandgrond
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Toelichting bekijken
Ja(a)r(en) van onderzoek:
1
2
3
4
4+
Statistische onderbouwing:
Het onderzoek is statistisch onderbouwd.
Herhalingen:
Betrouwbaarheidsscore onderbouwing
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. Het onderzoek is statistisch onderbouwd. Het onderzoek is zeer betrouwbaar.
Onderzoekers hebben de bodembiodiversiteit van drie graslandsystemen met elkaar vergeleken. Daaruit blijkt dat een lange levensduur van graslanden zonder grondbewerking de belangrijkste factor is voor een rijk hoog divers bodemleven. De productief kruidenrijke graslanden hadden de laagste bodembiodiversiteit. De hoogste bodembiodiversiteit hadden de gemiddeld 21 jaar oude half-natuurlijke graslanden én de gemiddeld acht jaar oude intensief beheerde graslanden.
• Een lange levensduur van graslanden zonder grondbewerking is van groot belang voor de ontwikkeling van graslandsystemen met een rijk bodemleven, zodat de bijbehorende ecosysteemdiensten worden bevordert.
• Half-natuurlijk graslanden (3) hadden in de bodem de hoogste biomassa van bacteriën, draadbacteriën (actinomyceten) en schimmels (die leven op dood materiaal) en intensieve permanente graslanden (1) hadden de hoogste biomassa protozoën (eencellige diertjes).
• De totaal aantal nematoden verschilden niet significant tussen de drie graslandtypen, maar de samenstelling was wel verschillend per graslandtype:
– Intensieve permanente graslanden (1) hadden een mix van bacterie-, schimmel- en plant-parasitaire nematoden.
– Productief kruidenrijke graslanden (2) hadden veel plant-parasitaire nematoden.
– Half-natuurlijke graslanden (3) hadden veel predator-nematoden.
• Het totaal aantal springstaarten en mijten verschilden niet tussen de drie graslandtypen, opvallend was dat bij de half-natuurlijke graslanden (3) meer schimmeletende mijten te zien waren.
• Het totaal aantal en biomassa van regenwormen verschilden niet significant tussen de drie graslandtypen, bij de half-natuurlijke graslanden (3) kwamen significant meer strooiselbewonende regenwormen.
De intensivering van de landbouw heeft geleid tot een afname van zowel de bovengrondse als de ondergrondse biodiversiteit, evenals van de ecosysteemdiensten die deze biodiversiteit levert. De overgang naar regeneratieve landbouwsystemen kan een manier zijn om de functionele agrobiodiversiteit te versterken om veerkrachtigere landbouwsystemen te creëren. Voor melkvee- en vleesveehouderij kunnen extensivering naar half-natuurlijke graslanden en de aanleg van kruidenrijke of soortenrijke graslanden belangrijke bijdragen leveren aan deze transitie en zorgen voor een toename van de biodiversiteit in de voedselproductie.
Meten van de bodembiodiversiteit, de hoeveelheid en diversiteit van verschillende groepen bodemorganismen in drie type graslanden. Zijn er verschillen en zo ja is er een verklaring voor:
Twaalf onderzoek blokken, elk blok had drie typen graslandbeheer. Totaal 36 percelen uit de praktijk van landbouwbedrijven. De bodem is onderzocht op hoeveelheid en soort van bacteriën, actomyceten (draadbacteriën), schimmels, protozoën (eencellige diertjes), nematoden (aaltjes), micro-geleedpotigen (onder andere mijten en springstaarten) en regenwormen.
Het onderzoek laat zien dat soortenrijk er niet zoveel toe doet in dit geval en bovengrondse biodiversiteit niet hoeft samen te gaan met ondergrondse biodiversiteit. Oftewel: een intensief gebruikt blijvend grasland met Engels raaigras (“zogenaamd grasfalt”) wat oud is kan een heel divers bodemleven hebben. Misschien niet wat we verwachten maar het onderzoek laat dit wel zien.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten in de melkveehouderij de onderzoeksresultaten direct effect kunnen hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot efficiënter voergebruik, minder gebruik van geneesmiddelen of een betere diergezondheid. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Gezondheid bodem
Een lange levensduur van graslanden zonder grondbewerking is van groot belang voor de ontwikkeling van graslandsystemen met een rijk bodemleven. Wat bijdraagt aan een toename van de bodemkwaliteit en ondergrondse biodiversiteit.
Biodiversiteit
Een lange levensduur van graslanden zonder grondbewerking is van groot belang voor de ontwikkeling van graslandsystemen met een rijk bodemleven. Waardoor onder de grond de biodiversiteit toeneemt.
Multispecies grasslands sustain on-farm forage productivity and quality while reducing nitrogen fertilizer inputs: https://doi.org/10.1007/s11104-025-08006-0
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. Het onderzoek is statistisch onderbouwd. Het onderzoek is zeer betrouwbaar.
BIodiversiteit
Bodem
Grasland
Oud grasland