Bedrijfsspecifieke bemesting levert meer gras en geen extra uitspoeling
Volledig onderzoeksrapportBedrijfsspecifieke bemesting levert meer gras en geen extra uitspoeling
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen Livestock Research
Locatie: Nederland
Periode: van 2014 tot 2016
Gefinancierd door: Ministerie van LVVN en Zuivel NL
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: Divers
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Toelichting bekijken
Ja(a)r(en) van onderzoek:
1
2
3
4
4+
Statistische onderbouwing:
Het onderzoek is statistisch onderbouwd.
Herhalingen:
Betrouwbaarheidsscore onderbouwing
Betrouwbaar: Praktijkproef met meerdere bedrijven, meerdere jaren en statistische vergelijking. Proef heeft een looptijd van vier jaar en is uitgevoerd met herhalingen.
Tussen 2014 en 2016 kregen zes melkveebedrijven in de BEN-pilot tijdelijk meer stikstofruimte dan het reguliere beleid toestaat. Het experiment laat zien dat gerichte, bedrijfsspecifieke bemesting de grasopbrengst kan verhogen zonder extra nitraatuitspoeling. De KringloopWijzer speelde daarbij een cruciale rol in het bepalen en monitoren van deze extra stikstofruimte.
Het BEN-systeem (Bedrijfsspecifieke Bemesting met Kunstmeststikstof) behaalt zijn doel: efficiënter bemesten met behoud van opbrengst. De belangrijkste conclusies:
De BEN-pilot (Bedrijfsspecifieke Bemesting met Kunstmeststikstof) onderzocht of melkveehouders met structureel hogere gewasopbrengsten verantwoord meer kunstmeststikstof (N) kunnen gebruiken dan de generieke normen in de Meststoffenwet. Centrale vraag was of dit extra N-gebruik leidt tot hogere gewasopbrengsten zonder overschrijding van milieunormen.
Zes bedrijven kregen tussen 2014-2016 vrijstelling om extra N uit kunstmest toe te passen. De hoeveelheid extra N werd per bedrijf bepaald op basis van gewasopbrengsten en stikstofoverschotten, berekend met de KringloopWijzer. De extra stikstof zetten de deelnemers in op grasland, voornamelijk op de maaipercelen. Voor grasland gold een ondergrens van 40 kg N/ha extra kunstmest om meetbare effecten te waarborgen.
De deelnemende melkveehouders bepaalden samen met hun adviseur de verdeling van de extra kunstmest over percelen. Daarbij werd rekening gehouden met perceelsomstandigheden, gewasontwikkeling en weersinvloeden. De monitoring van de gewasopbrengsten vond plaats door bemonstering van kuilen, stikstof- en fosfaatbalansen en monitoring van nitraat in grond- en drainwater. De opbrengsten werden vergeleken met referentiejaren (2011–2013).
Deze aanpak zorgde ervoor dat de stikstofopbrengst in gras steeg met gemiddeld 7%, en de fosfaatopbrengst met 5%, terwijl maïs een lichte daling liet zien. Op bedrijfsniveau nam de stikstofonttrekking toe met 31 kg/ha, terwijl het bodemoverschot slechts met 9 kg/ha toenam – binnen aanvaardbare grenzen. De fosfaatbalans werd negatief, wat duidt op lichte uitmijning.
Metingen van grond- en oppervlaktewater toonden geen verhoging van nitraatconcentraties. Ook de voederkwaliteit (RE – en VEM-gehalte) van gras bleef vergelijkbaar met de referentiejaren.
Hoewel het geen gecontroleerd experiment betrof, gaf de pilot inzicht in de praktische toepasbaarheid, effectiviteit en milieu-impact van extra N uit kunstmest. Binnen de pilot fungeerde de KringloopWijzer als centraal monitoringsinstrument en leverde waardevolle informatie over de inzet van bedrijfsspecifieke stikstofbemesting. De BEN-pilot levert nieuwe aanknopingspunten voor toekomstig stikstofbeleid in de melkveehouderij.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Gezondheid bodem
Betere benutting van stikstof en fosfaat voorkomt overbelasting van bodem.
Uitspoeling meststoffen
Efficiëntere bemesting verlaagt stikstofuitspoeling naar grond- en oppervlaktewater. Geen nitraatuitspoeling vastgesteld.
Uitstoot ammoniak
Minder overschot aan stikstof leidt tot lagere ammoniakemissie.
Uitstoot broeikasgassen
Minder stikstofverliezen leiden tot een verlaging van de N2O uitstoot.
Kosten
Hogere kosten door extra kunstmest.
Biodiversiteit
Door gerichte bemesting wordt overbemesting en uitspoeling beperkt, wat de waterkwaliteit en het bodemleven ten goede komt, met positieve effecten op de biodiversiteit in en rond het perceel.
Financiële opbrengst
Gerichtere inzet van stikstof leidt tot efficiëntere productie en hogere opbrengst.
Betrouwbaar: Praktijkproef met meerdere bedrijven, meerdere jaren en statistische vergelijking. Proef heeft een looptijd van vier jaar en is uitgevoerd met herhalingen.
Bedrijfsspecifiek bemesten
BEN
Grasopbrengst
Kunstmest
Stikstofbenutting