Bedrijfsspecifiek bemesten: meer dierlijke mest, minder kunstmest
Volledig onderzoeksrapportBedrijfsspecifiek bemesten: meer dierlijke mest, minder kunstmest
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen University & Research
Locatie: 24 melkveebedrijven op zand-, klei-, veen- en löss
Periode: van 2015 tot 2020
Gefinancierd door: Ministerie van LVVN, I & W en ZuivelNL
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: divers
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
Toelichting bekijken
Ja(a)r(en) van onderzoek:
1
2
3
4
4+
Statistische onderbouwing:
Het onderzoek is statistisch onderbouwd; trendanalyse en benchmarkvergelijking
Herhalingen:
Betrouwbaarheidsscore onderbouwing
Het is onderzoek is uitgevoerd als meerjarige praktijkpilot (2015-2020) op een groeiende groep melkveebedrijven (3 tot 24 bedrijven). Resultaten zijn gebaseerd op systematische monitoring van bemesting, gewasopbrengsten, bodemoverschotten, ammoniakemissie en waterkwaliteit. Daarnaast zijn benchmarkvergelijkingen en trendanalyses toegepast om effecten van weersomstandigheden en bedrijfsverschillen zoveel mogelijk te corrigeren.
Meer uit eigen mest halen en tegelijk besparen op kunstmest? In de BES-pilot werd de bemesting afgestemd op de daadwerkelijke gewasopbrengsten van melkveebedrijven. De resultaten laten zien dat dit kan leiden tot efficiënter nutriëntengebruik zonder duidelijke negatieve effecten op opbrengst of waterkwaliteit.
De pilot BedrijfsEigen Stikstofbemesting (BES) onderzocht of melkveebedrijven kunnen werken met bedrijfsspecifieke bemestingsnormen in plaats van generieke normen. Het doel was om bemesting beter af te stemmen op de werkelijke gewasonttrekking van stikstof en fosfaat, terwijl milieudoelen behouden blijven.
De bemestingsruimte werd jaarlijks per bedrijf berekend op basis van KringloopWijzer-gegevens uit de drie voorgaande jaren. De pilot liep van 2015 tot 2020 en groeide van 3 naar 24 deelnemende melkveebedrijven. Gewasopbrengsten, bodemoverschotten, ammoniakemissie en waterkwaliteit werden gedurende pilot gemonitord.
De bedrijfsspecifieke aanpak leidde gemiddeld tot meer ruimte voor dierlijke mest en minder gebruik van kunstmest. Gemiddeld werd 34 kg mest-N per hectare meer toegediend dan binnen de generieke norm mogelijk was, terwijl circa 48 kg kunstmest-N per hectare minder werd gebruikt. Het fosfaatoverschot kwam dichter bij evenwichtsbemesting. Het stikstofbodemoverschot bleef dicht bij het vooraf bepaalde toelaatbare niveau. Er werden geen noemenswaardige effecten gevonden op waterkwaliteit, graslandkenmerken of gewasopbrengsten.
De resultaten van de BES-pilot laten zien dat bedrijfsspecifieke bemesting meer ruimte kan bieden voor het benutten van eigen dierlijke mest en tegelijkertijd het gebruik van kunstmest kan verminderen. Daarbij bleven gewasopbrengsten en waterkwaliteit vergelijkbaar met de situatie onder generieke normen. De aanpak biedt daarmee perspectief voor een efficiënter nutriëntengebruik op melkveebedrijven. Voor succesvolle toepassing zijn wel goede bedrijfsregistratie, nauwkeurige bemestingsplanning en maatregelen om extra ammoniakemissie te voorkomen belangrijk.
De onderzoekers geven mee dat het belangrijk is de mogelijkheden voor bedrijfsspecifieke bemestingsnormen verder te verkennen in beleid en praktijk, waarbij monitoring van waterkwaliteit en ammoniakemissie een belangrijk aandachtspunt blijft.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten in de melkveehouderij de onderzoeksresultaten direct effect kunnen hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot efficiënter voergebruik, minder gebruik van geneesmiddelen of een betere diergezondheid. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Gezondheid bodem
Extra organische stof uit meer dierlijke mest kan positief zijn voor de bodemgezondheid.
Gebruik chemische middelen
Minder kunstmest nodig door efficiënter gebruik van organische mest.
Uitstoot ammoniak
Meer mesttoediening kan ammoniak verhogen zonder mitigerende maatregelen.
Uitstoot broeikasgassen
Minder kunstmestgebruik verlaagt indirecte broeikasgasemissie.
Kosten
Lagere kunstmestkosten door vervanging door dierlijke mest.
Financiële opbrengst
Minder kunstmestgebruik kan kosten verlagen en opbrengsten, terwijl de opbrengsten vergelijkbaar blijven.
Het is onderzoek is uitgevoerd als meerjarige praktijkpilot (2015-2020) op een groeiende groep melkveebedrijven (3 tot 24 bedrijven). Resultaten zijn gebaseerd op systematische monitoring van bemesting, gewasopbrengsten, bodemoverschotten, ammoniakemissie en waterkwaliteit. Daarnaast zijn benchmarkvergelijkingen en trendanalyses toegepast om effecten van weersomstandigheden en bedrijfsverschillen zoveel mogelijk te corrigeren.
BES
Drijfmest
Kunstmest