Wanneer moet je in het voorjaar de eerste stikstof strooien? De T-som geeft richting, maar klopt niet altijd met wat je op het land ziet. Mogelijk is de bodemtemperatuur een betere graadmeter voor de echte start van grasgroei en een slimmer strooimoment.
Conclusies
- De T-som is een grove richtlijn; in afwijkende voorjaren loopt die niet gelijk met echte grasgroei.
- Grasgroei start vaak pas rond 8 °C bodemtemperatuur op 10 cm diepte.
- Natte percelen warmen langzamer op en zijn daarom echte “late gronden”.
- Bij lage bodemtemperatuur is mineralisatie minimaal en is stikstofbenutting beperkt.
- Bodemtemperatuur meten kan het juiste strooimoment beter ondersteunen dan alleen de T-som.
- Bodemtemperatuur vervangt de T-som niet direct, maar kan een waardevolle toevoeging zijn.
Samenvatting
In het huidige kunstmest-bemestingsadvies voor grasland wordt het strooitijdstip in het voorjaar bepaald met de zogenoemde T-som. Dit is de optelsom van de daggemiddelde temperaturen vanaf 1 januari. De T-som werkt gemiddeld genomen goed, maar in afwijkende jaren kan het misgaan. Zo werd in 2014 en 2015 de T-som van 250 al vroeg gehaald, terwijl het gras nog niet groeide. De bodem was simpelweg nog te koud.
Hoofdvraag
Onderzocht is of bodemtemperatuur een betere graadmeter kan zijn voor het moment van de eerste stikstofgift. De belangrijkste conclusie: bodemtemperatuur lijkt een nuttige extra indicator, mogelijk naast de T-som.
Start grasgroei
Uit praktijkmetingen blijkt dat de grasgroei vaak pas echt start bij een bodemtemperatuur van rond de 8 °C op 10 cm diepte. Met name op natte gronden (veen, slecht ontwaterde percelen) komt de groei later op gang, omdat deze gronden langzamer opwarmen. Dat herken je als “late percelen”.
Stikstofbenutting
Ook de mineralisatie van stikstof uit de bodem komt pas goed op gang bij hogere bodemtemperaturen. Onder de 5 °C gebeurt er weinig. Dat betekent dat vroeg strooien bij een koude bodem risico geeft op verlies en minder benutting.
Conclusie
Het meten van bodemtemperatuur (bijvoorbeeld op 10 en 20 cm diepte) kan helpen om het bemestingstijdstip beter af te stemmen op de werkelijke groeistart van het gras. Wel spelen ook andere factoren mee, zoals vocht, neerslag, grondsoort en weersverwachting.
Aanbevelingen
Aanbevolen wordt om het meten van de bodemtemperatuur in veldproeven verder te onderbouwen, zodat in de toekomst mogelijk een praktischer en nauwkeuriger voorjaarsadvies kan worden gegeven.
Impactscore
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten in de melkveehouderij de onderzoeksresultaten direct effect kunnen hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot efficiënter voergebruik, minder gebruik van geneesmiddelen of een betere diergezondheid. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Een beter strooimoment leidt tot een betere benutting en minder uitspoeling. Dus het juiste moment bepalen zal tot verlaging leiden.
Aanvullende informatie
- Voorjaarsbemestingsadvies grasland op basis van bodemtemperatuur: https://edepot.wur.nl/402252
Betrouwbaarheidsscore:
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten een statistische onderbouwing. Het is wel betrouwbaar.