Kan bodemtemperatuur helpen om het juiste moment van voorjaarsbemesting te bepalen? Onderzoek op veengrond laat zien dat dit minder duidelijk is dan gedacht. Het moment van drijfmest toedienen lijkt belangrijker.
Conclusies
- Bodemtemperatuur gaf geen duidelijk beter bemestingstijdstip dan de huidige T-som-methode.
- Het tijdstip van kunstmest strooien had weinig effect op grasopbrengst.
- Zeer vroege kunstmestgiften verlaagden de opbrengst niet.
- Laat bemesten vlak vóór maaien kan tijdelijk lagere opbrengst geven.
- Vroeg uitrijden van drijfmest gaf hogere opbrengsten dan laat uitrijden.
Samenvatting
Een proef op veengrond laat zien dat het moment van kunstmest strooien in het vroege voorjaar weinig invloed heeft op de grasopbrengst. Ook sturen op bodemtemperatuur levert voorlopig geen duidelijk beter bemestingsadvies op dan de huidige methode met de temperatuursom (T-som). Wel lijkt vroeg drijfmest uitrijden gunstig voor de opbrengst.
Bodemtemperatuur
In het bemestingsadvies wordt aangegeven dat het beste tijdstip voor het bemesten van grasland in het voorjaar ligt tussen een T-som (som van alle dagtemperaturen vanaf 1 januari die boven de 0 graden Celsius liggen) van 180 en 280 graden Celsius. Veel melkveehouders ervaren deze indicatie in de praktijk als vrij grof. Daarom onderzocht Wageningen Livestock Research op proefbedrijf KTC Zegveld of bodemtemperatuur een betere indicator is voor het optimale bemestingstijdstip. In een veldproef op veengrond werd kunstmest toegediend bij verschillende bodemtemperaturen (5-6, 7-8, 9-10 en 11-12 °C). Daarnaast testten de onderzoekers extra vroege strooimomenten vanaf half februari. Ook onderzochten zij combinaties met drijfmest.
Nauwelijks verschil in opbrengst
De resultaten laten zien dat het strooimoment van kunstmest nauwelijks effect had op drogestof- en stikstofopbrengst. De verschillen tussen vroeg en laat bemesten waren klein en meestal niet significant. Zelfs zeer vroege giften in februari gaven geen lagere opbrengst. Alleen wanneer kort vóór het maaien werd bemest, bleef de opbrengst iets achter, waarschijnlijk doordat de stikstof nog niet volledig was benut.
Vroeg drijfmest uitrijden lijkt gunstig
Bij drijfmest werd wel een duidelijker patroon gevonden. Vroeg toegediende drijfmest gaf hogere opbrengsten dan laat toegediende mest. Een grote gift van 50 m³ per hectare leverde geen hogere opbrengst op dan 25 m³ drijfmest aangevuld met kunstmest. Ook het splitsen van een drijfmestgift gaf geen voordeel.
Eén proefjaar onvoldoende
Dit experiment omvatte slechts één voorjaar. Door weinig neerslag en daardoor trage temperatuurontwikkeling en moeizame grasgroei in 2018 kunnen de resultaten anders uitvallen in andere jaren. Daarom is meerjarig onderzoek nodig voordat bodemtemperatuur als basis voor bemestingsadvies kan worden gebruikt. Voorlopig lijkt de huidige T-som-methode nog steeds een bruikbare richtlijn.
Aanvullende informatie
- Verbeteren tijdstip voorjaarsbemesting op basis van bodemtemperatuur:https://edepot.wur.nl/471486
Betrouwbaarheidsscore:
Het onderzoek is eenjarig uitgevoerd met herhalingen. De resultaten bevatten een statistische onderbouwing. Het is daarmee betrouwbaar.