Gelijke melkproductie bij kurzrasen en stripgrazen in veenweidegebied
Volledig onderzoeksrapportGelijke melkproductie bij kurzrasen en stripgrazen in veenweidegebied
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Louis Bolk Instituut, WUR
Locatie: KTC Zegveld
Periode: van 2016 tot 2017
Gefinancierd door: ZuivelNL, prov ZH, Min EZK&LNV, Melkveefonds, LTO
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: Veengrond
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
In het veenweidegebied zorgt de bodem met lage draagkracht voor extra uitdagingen rondom beweiden. Daarom is onderzocht of het type beweidingssysteem (kurzrasen, stripgrazen) bij een hoge veebezetting invloed heeft op de grasopname, melkproductie en stikstofefficiëntie in het veenweidegebied. De melkproductie blijkt gelijk bij kurzrasen en stripgrazen.
De grasopname, melkproductie en stikstofefficiëntie zijn onderzocht bij kurzrasen en stripgrazen. Op KTC Zegveld werden de twee systemen werden met elkaar vergeleken bij een hoog en laag ruw eiwitgehalte in de bijvoeding, bij een hoge veebezetting. Bij kurzrasen weiden de koeien steeds op hetzelfde perceel bij een grashoogte tussen 3 en 5 centimeter. Bij stripgrazen krijgen de koeien dagelijks een nieuwe strook gras aangeboden.
Zelfs bij de hoge veebezetting was de grasopname in beide systemen ruim voldoende. De grasproductie was lager bij kurzrasen, maar werd gecompenseerd door een hogere grasbenutting en mogelijk een betere voederwaarde. Door de lage grashoogte ontstaat een dichtere zode met een betere draagkracht. Daardoor kan het weideseizoen op veengrond verlengd worden.
Ondanks de lagere grasproductie bij kurzrasen was er geen verschil in melkproductie tussen kurzrasen en stripgrazen. Ook daalde de melkproductie niet wanneer krachtvoer met een laag ruweiwitgehalte werd gevoerd. Daarbij moet het ruw eiwitgehalte van het totaal rantsoen niet lager dan ~150 g/kg ds zijn en het ureumgehalte niet lager dan ~mg/100 g melk zijn.
De stikstofefficiëntie verbeterde bij een lager ruw eiwitgehalte in het krachtvoer. Het ureumgehalte in melk daalt bij een lager ruw eiwitgehalte in het krachtvoer en bij een betere stikstofefficiëntie. Daarom kan het sturen op melkureum, ook tijdens het weideseizoen, stikstofverliezen verlagen mét behoud van productie.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Uitspoeling meststoffen
De hogere stikstofefficiëntie en lagere stikstofverliezen betekenen minder uitspoeling naar het grondwater.
Uitstoot ammoniak
Een lager ruweiwitgehalte in het krachtvoer verbetert de stikstofefficiëntie. Niet alleen een lager ruweiwitgehalte, maar ook een betere stikstofefficiëntie zorgt voor een lager ureumgehalte van melk.
Kosten
Door efficiënter stikstofgebruik en lagere verliezen kunnen kosten voor meststoffen dalen.