Goede voerstrategie kan methaan- en ammoniakemissie verminderen
Volledig onderzoeksrapportGoede voerstrategie kan methaan- en ammoniakemissie verminderen
Volledig onderzoeksrapport
In de afgelopen decennia is het landbouwkundig onderzoek in Nederland enorm versplinterd en uit elkaar gegroeid. En ja, boeren hebben vertrouwen in onderzoek, maar hun vertrouwen is niet onvoorwaardelijk. Ook sluit het onderzoek niet altijd goed aan op de urgente problemen waarmee boeren worstelen in de praktijk.
De initiatiefnemers van Crkls: Misset Uitgeverij, BO Akkerbouw, Wageningen University & Research, Aeres Hogeschool en Groen Kennisnet willen hier wat aan doen voor een toekomstbestendige landbouw in Nederland die nu voor grote uitdagingen staat.
Het kennisplatform Crkls wil het kaf van het koren scheiden en bewezen kennis gemakkelijk vindbaar maken voor boeren op een plek. De resultaten van alle onderzoeken en praktijkproeven in Nederland worden verzameld en door een onafhankelijke redactie beoordeelt en op een uniforme en compacte wijze gepubliceerd.
Onderzoeksinstituut: Wageningen Livestock Research
Locatie: 5 melkveebedrijven op zand-, klei en veengrond
Periode: 2020
Gefinancierd door: Ministerie van LVVN
Status onderzoek: Afgerond
Bodemsoort: Zand-, klei- en veengrond
Diercategorie: Melkvee
Betrouwbaarheidsscore:
De melkveehouderij kan methaan- en ammoniakemissies verminderen. Wageningen Livestock Research onderzocht op vijf bedrijven hoe aanpassingen in de voerstrategie leiden tot een verlaging van de emissiefactor (EF) van het rantsoen. Dit werd onder andere bereikt door het toevoegen van vet aan het rantsoen, het vervangen van producten met een hoge EF, en aandeel gras in rantsoen verlagen.
- Verlagen van de emissiefactor (EF) van het rantsoen kan door o.a.:
– Verhogen vethalte in krachtvoer.
– Vervangen van hoog-EF voedermiddelen en bijproducten voor alternatieven met een lagere EF-gehalte.
– Verhogen vetgehalte rantsoen door extra vet toe te voegen.
– Aanpassen van rantsoen; minder gras, meer mais.- Scenariostudies tonen aan dat verdere reductie mogelijk is:
– Met een potentiële reductie van 25%.
– Door het sturen op passende ruwvoerkwaliteit.- Integrale aanpak is essentieel, waarbij rekening gehouden wordt met impact van de maatregelen op andere doelen zoals melkproductie, gezondheid, kosten en de uitstoot van bijvoorbeeld CO2.
- Kosteneffectiviteit van deze maatregelen vraagt om nader onderzoek
In het onderzoek naar reductiemaatregelen binnen de melkveehouderij zijn bedrijfsspecifieke methaan- en ammoniakemissies berekend met de KringloopWijzer op vijf bedrijven. Op basis van deze berekeningen zijn per bedrijf nieuwe voerstrategieën ontwikkeld die gericht zijn op het verminderen van methaanemissies. Deze strategie is vervolgens toegepast op de individuele bedrijven en beoordeeld op hun effectiviteit en uitvoerbaarheid in de praktijk. Op twee van de vijf bedrijven is de methaanemissie van individuele koeien met een GreenFeed gemeten.
De melkveehouders namen de volgende maatregelen om de emissies te verlagen:
Hoewel het einddoel van 30% reductie niet is bereikt, lag de TAN-excretie (indicator voor ammoniakemissie) op alle vijf deelnemende bedrijven lager dan het Nederlandse gemiddelde. Op twee bedrijven is het doel van 30% TAN-reductie bereikt. Twee andere bedrijven behaalden 20% TAN-reductie volgens de KringloopWijzer-dataset van 2018.
Voor drie van de vijf bedrijven zijn scenariostudies uitgevoerd. Deze bedrijven hadden volgens de KringloopWijzer (2020) al 8 tot 20% lagere methaanemissie uit pensfermentatie dan het Nederlandse gemiddelde. De studies lieten zien dat de emissie nog eens 10 tot 15% extra kon dalen als alle mogelijkheden, inclusief het verlagen van de EF van zelf geteelde ruwvoeders, werden ingezet. Hoewel geen van de vijf bedrijven het reductiedoel van 30% bereikte, lijkt een reductie van 25% wel haalbaar.
Voor verdere reductie heeft het sturen op ruwvoerkwaliteit naar een lagere emissiefactor vermoedelijk het grootste effect. Een integrale aanpak is belangrijk, omdat een maatregel voor emissiereductie soms negatieve gevolgen kan hebben op andere doelen, zoals eiwit van eigen land, kringlooplandbouw of uitstoot van CO2. Bedrijfseconomische duurzaamheid blijft een belangrijk aandachtspunt. De kosteneffectiviteit van de maatregelen is nog niet meegenomen. Bij een bredere uitrol is het kostenaspect essentieel en vraagt dit om meer onderzoek.
Met de Impactscore laten we zien op welke bedrijfsactiviteiten de onderzoekresultaten direct effect hebben. Een onderzoeksresultaat kan bijvoorbeeld leiden tot het gebruik van minder gewasbeschermingsmiddelen of minder meststoffen. Dat vermelden we met een korte toelichting.
Gezondheid bodem
Door meststoffen optimaler te gebruiken, met als gevolg minder uitstoot en een efficiëntere benutting, verbetert op termijn de bodemgezondheid.
Uitspoeling meststoffen
Door minder stikstof in de mest dankzij een betere eiwitbenutting vermindert de kans op uitspoeling.
Uitstoot ammoniak
Minder ruw eiwit en efficiëntere benutting leidt tot minder N-uitstoot. Dit zorgt voor minder ammoniakemissie
Uitstoot broeikasgassen
Alle in dit onderzoek toegepaste maatregelen – zoals het aanpassen van de verhouding gras-mais in het rantsoen, het toevoegen van vet en toepassen van additieven – zijn gericht op het reduceren van methaan via het voerspoor. De totale uitstoot CH4-emissie per 1000 kg melk daalde met 14,2 tot 18,6%, afhankelijk van het type bedrijf en grondsoort.
Kosten
Hogere kosten door aangepaste voerstrategieën, zoals verhogen vethalte in krachtvoer, vervangen van hoog-EF voedermiddelen en bijproducten voor alternatieven met een lagere EF-gehalte, verhogen vetgehalte rantsoen door extra vet toe te voegen en aanpassen van rantsoen; minder gras, meer mais. Let op: Kosteneffectiviteit van deze maatregelen vraagt om nader onderzoek.
Financiële opbrengst
De economische analyse laat zien dat bepaalde reductiemaatregelen leiden tot hogere voerkosten, zoals de aankoop van vet. Dit kan een negatieve invloed heeft op de financiële opbrengsten. Let op: Kosteneffectiviteit van deze maatregelen vraagt om nader onderzoek.